Paul McCarthy in het S.M.A.K. : een tocht in de onderbuik van de samenleving

De Amerikaanse kunstenaar Paul McCarthy is sinds de jaren negentig wereldwijd beroemd door zijn video-installaties en sculpturen. Zijn beeldtaal ontleent hij aan de huidige massacultuur en aan de wereld van Hollywood en Disney. Het onderwerp van zijn sculpturen en installaties zijn de moderne mythen. Zijn werk verwijst naar de belangrijkste referenties van de westerse samenleving: de familie, opvoeding en de media. En naar ketchup, als het ultieme zinnebeeld van de American way of life. Hij bekritiseert deze samenleving, die hij normen- en richtingloosheid verwijt. Zijn methode om dat te doen is shockeren, taboes doorbreken, de werkelijkheid deconstrueren door ze van een nieuwe inhoud en lading te  voorzien. McCarthy weet als geen ander de hypocrisie van de moderne samenleving te verbeelden en aan de kaak te stellen. Met zijn werken en installatie houdt hij de consumptiemaatschappij een spiegel voor, het zijn middelen om er zijn ironische kritiek op te formuleren en te ‘verbeelden’.

Zijn oeuvre is opzettelijk banaal (in de neutrale betekenis van het woord: alledaags) en afstotelijk om controverse op te roepen.  Het zet zich af tegen de traditionele esthetische vormen.  Zij werk wordt doorgaans, zelf door de kunstcritici, als vies en voos en seksueel verknipt omschreven. Dat stoort hem niet, in tegendeel.  Want zo beschouwt hij ook de samenleving. Gestoorde familieverhoudingen en het machtsmisbruik en het seksuele geweld dat daarmee gepaard gaat, spelen een cruciale rol kunstenaar zijn werk. Kunst is voor McCarthy actie en een statement, niet louter een ‘object’ (eigenlijk is het dat geenszins).

De tentoonstelling van Paul McCarthy in het S.M.A.K. is een overzichttentoonstelling, die een vrij volledig beeld en representatieve staal geeft van de man zijn werk en de evolutie er van door de jaren heen. De tentoonstelling grijpt de toeschouwer letterlijk naar de keel, zorgt voor een heuse uppercut in het aangezicht. Want de beeldtaal van McCarthy is overweldigend, weerzinwekkend, angstaanjagend, gewelddadig en chaotisch. Tegelijkertijd is ze niet zelden grappig, zelfs burlesk. Speciaal voor het S.M.A.K. maakte McCarthy ‘Bush Pieces’: sculpturen van de Amerikaanse president die varkens ‘langs achter neemt’.

Paul McCarthy is als performance-kunstenaar actief sinds 1967. Hij is beďnvloed door diverse stromingen uit de moderne kunst: pop art, minimal art, abstracte en conceptuele kunst, action painting. Met een beetje goede wil kan men zelfs stellen dat hij ook niet gespeend is van invloeden uit het Dadaďsme. Zijn werk wordt kunsthistorisch geplaatst in de lijn van de readymades van Marcel Ducamp. 

Een readymade is een alledaags of banaal voorwerp dat een kunstenaar door het tentoon te stellen, uit zijn context licht en tot kunst verheft. De conceptuele kunst komt voort uit een grote interesse voor massa en massamedia en de mechanische reproductie van het kunstwerk. Het ontstaan van de conceptkunst wordt gezien als een kritische ontwikkeling waarin de materiële verschijningsvorm van de kunst en haar maatschappelijke functie gedeconstrueerd worden. Deconstructie is een filosofisch begrip dat zijn ontstaan vindt in de jaren 60 van de 20e eeuw. Het is een reactie op het structuralisme, dat in de eerste helft van de 20e eeuw dominant was geweest in taalkunde, antropologie en literaire kritiek. De Frans-Algerijnse denker Jacques Derrida legde de basis van het begrip "deconstructie" in onder meer La Voix et le Phénomčne (1967) en La Dissémination (1972). Derrida's gedachtegang achter deconstructie is dat men de westerse realiteit kan blootleggen door het 'deconstrueren' van de logica en de dynamieken ervan. Deconstructie is echter niet zozeer een methode, een kunstwerk of een tekst 'deconstrueert zichzelf', door zijn interne logica.

Bij McCarthy zijn er ook onmiskenbare invloeden van, bij wijlen zelfs verwijzingen naar, Roy Lichtenstein (de Amerikaanse kunstenaar die stripfiguren in zijn werk gebruikte) en Andy Warhol. Deze laatste was, net als McCarthy, ook gefascineerd door de populaire  massacultuur uit zijn tijd – de jaren vijftig en zestig – en iconen zoals bijvoorbeeld Elvis Presley en door alledaagse gebruiksvoorwerpen, zoals de Cambell’s soepblikken die hij – erg realistisch – naschilderde.

De ‘wilde’ en chaotische schildertechniek van McCarthy heeft zijn wortels bij de Amerikaanse schilder Jackson Pollock (1912-1956). Aanvankelijk staan McCarthy zijn performances letterlijk in het teken van een lichamelijke vorm van schilderkunst. Zo gebruikt hij zijn penis als penseel en schildert hij met zijn gezicht een lijn op de vloer. Een variant op en stap verder dan de action en boddy painters zoals Jackson Pollock.  Pollock is een grote figuur van het abstract expressionisme in Amerika, de ‘uitvinder’ van de dripping-techniek waarbij verf op een enorm doek wordt gespat, gedruppeld (dripping), gespoten en gesmeten wordt. In de ‘over all paintings’ (van Pollock en McCarthy) verliest het werk de traditionele referentiekaders van hoogte, breedte en diepte en elke verwijzing naar perspectief.

De invloeden door, en soms ronduit leentje-buur-spelen bij, andere, veelal Amerikaanse kunstenaars zijn soms ronduit flagrant: de (al dan niet opblaasbare) sculpturen van McCarthy, van bijvoorbeeld een ketshup-fles (van Heinz), doen onmiskenbaar denken aan de imposante, manshoge, hamburgers van Claes Oldenburg. De nog levende Amerikaans-Zweedse kunstenaar Oldenburg is vooral bekend geworden door zijn kunstwerken in openbare ruimtes, waarin hij vaak grote versies toont van alledaagse gebruiksobjecten, zoals: een schroef, een wasknijper, een tandenborstel  enzovoorts. Een ander thema in Oldenbur zijn werk zijn de zogenaamde soft sculptures: objecten, die normaal hard zijn, uitgevoerd in zachte, flexibele materialen. Ook McCarthy doe dat. Door de omvang van objecten van McCarthy, maar ook van Oldenburg, ontstaat een vervreemdende en tegelijkertijd dynamische invloed in en op de omgeving van de sculptuur.

Het werk en de performances van McCarthy is erg expliciet seksueel getint, niet zelden met bijzonder aandacht voor de scabreuze seksualiteit. Zo maakt hij veelvuldig gebruik van goedkope horror en pornofilms. In ‘Sailor’s Meat’ heeft, hij in een goedkope hotelkamer, gekleed in gescheurde lingerie, seks met  een stuk vlees. Hij neukt letterlijk een homp rauw vlees.  ‘Culturel Gothic’ toont een vader die zijn zoon inwijdt in het geitenneuken. 'Santa Claus' (ook wel Kabouter ButtPlug genoemd) is een beeld uit een serie Santa's, die allemaal een kerstboom in de vorm van een butt plug hebben. Een but plug is, voor wie de laatste jaren in een klooster vertoefde of zich bekeerde tot het puritanisme, een soort dildo voor de anus maar dan dikker en korter. De vorm van de butt plug gebruikte McCarthy overigens voor het eerst in 1978 voor zijn beeld Plug Chair (Joke Chair). Na de Santa-serie maakte jij de zogenaamde 'Shit Plugs' serie: butt plugs gevuld met poep. Fijngevoeligheid is inderdaad niet aan McCarthy besteed. In tegendeel: hij grossiert in vunzigheid. Maar niet als doel op zich, wel als middel tot (inzicht brengen, doen nadenken). En voor het hogere, artistieke, doel.

In ‘Bossy Burger’ draagt de kunstenaar het masker van Alfred E. Neumann. Neumann is de held van het Amerikaanse satirische tijdschrift Mad. Hij draagt in dat ‘werk’ ook een witte koksmuts, een wit schort en clownschoenen. En hij geeft een culinaire les, die in zijn tragikomische uitzichtloosheid zowel afstotelijk als aangrijpend is. Want de hulpeloze kookdemonstratie ontaardt geleidelijk in een ongecontroleerde chaos: mayonaise, ketchup en melk worden achteloos en nonchalant met meel en kalkoendrumsticks vermengd. In deze bizarre performance lijkt alles aanvankelijk nog normaal, maar gaandeweg ontaardt de voorbereiding van eten in een orgie van smerigheid, seksuele gewelddadigheid en anarchie. De hoofdpersoon wordt een beest zonder moraal en geweten, die reageert zoals zijn zintuigen hem ingeven. ‘Bossy Burger’ is opgenomen in het decor van de in Amerika bekende televisieseries ‘Family Affair’ en ‘The Hogan Family’. Het restaurant in deze serie heette ‘Bossy Burger’. Tijdens de performance zingt McCarthy en brabbelt hij seksuele toespelingen.

Om de afstand tussen de realiteit en de theatrale enscenering te benadrukken, zijn de performances soms alleen op video te bekijken. McCarthy draagt maskers van dieren of stripfiguren en plaatst de handeling op een filmset.

Wegens vermeende pornografie werd getracht een tentoonstelling van McCarthy in het Franse Angoulęme te sluiten en tijdens de opening van zijn opblaasbare beelden in een Antwerpse Middelheim bestempelde de Antwerpse schepen van cultuur (en CD&V-politicus) Philip Heylen sommige werken van McCarthy als ‘walgelijk’. Hoewel niet vrij van benepen-, bekrompen- en behoudsgezindheid is de opmerking van de schepen van cultuur niet helemaal onjuist: het werk van de kunstenaar is inderdaad (bewust) weerzinwekkend en afstotelijk. Maar ‘lelijkheid’ is zoals ‘schoonheid’: het is van alle tijden en de invulling en definitie er van is tijd- en cultuur bepaald. Wie daar aan twijfelt moet Umberto Eco’s jongste essay ‘De geschiedenis van de lelijkheid’ er maar eens op nalezen. De lectuur van dat boek/essay kan een geschikt hulpmiddel zijn om het werk McCarthy (en dat van andere kunstenaars en schrijvers) te duiden en te ‘begrijpen’. Maar voor een vermelding in een of andere nieuwe versie van de ‘Geschiedenis van de schoonheid’, dat andere boek/essay van Eco, komt McCarthy natuurlijk niet in aanmerking. Tenzij alle waarden kantelen. En dat is, op redelijke termijn, niet eens zo ondenkbeeldig.

Het Gentse S.M.A.K. heeft, in tegenstelling tot de Antwerpse schepen, geen last krampachtigheid, terughoudendheid of moralisme. Het toont zonder complexen een representatieve staal van het oeuvre van een van de meest relevante hedendaagse kunstenaars. Ga dat zien ! De tentoonstelling loopt nog tot 17 februari 2008. Op de speciale McCarthy-site van het S.M.A.K. kan men alvast een visueel voorsmaakje krijgen. Voor een inhoudelijke (theoretische) voorbereiding van een bezoek aan de McCarthy-tentoonselling is de lectuur van de uitstekende tekst die Stefan Beyst, een docent kunstfilosofie en moderne kunst, op zijn blogsite publiceerde een aanrader.

 

29/12/2007 door Marc Ernst

Weblog van Marc Ernst

 
'Zonder dwarsliggers kunnen de treinen niet rijden' (Johan Anthierens)

'Uit het botsen der gedachten ontstaat het licht' (John Stuart Mill)

'Je mag je niet laten doen door het crapuul' (Wannes Van de Velde)

op marcernst.com
www (via google)

Blogroll

Onderstaande, Belgische, (alfabetisch gerangschikte) blogs behoren tot mijn ‘favorieten’. Want ze steken met kop en schouder uit boven de middelmaat in het genre. Wie denkt dat zijn/haar blog eveneens in kwalitatief opzicht bovenmodaal is, en dus aanspraak kan maken op een vermelding, mag me dat laten weten.